De blender zoemde. Een felgroene stroom matcha-smoothie vulde het glas. Buiten gloeide Tokio na van de dag. Ik zat op een barkruk in een kleine sapjesbar, uitzicht naar buiten, omringd door lo-fi beats en het zachte geroezemoes van mensen die hun dag afsloten.
Wat een dag!
Ik had Hachikō begroet, de trouwe Akita (hond) die nog steeds wacht bij Shibuya Station, symbool voor eeuwige loyaliteit en verfilmd in Hollywood.
De Shibuya Scramble: het drukste kruispunt ter wereld. Duizenden mensen, één adem.
Wierook aangestoken bij de 47 Ronin, de legendarische samoerai die hun meester wreekten, later ook verfilmd in Hollywood.
Door Akihabara gedwaald, waar animehelden vanaf de straatkant knipoogden.
Bij Sensō-ji, de oudste tempel van Tokio, rook het naar wierook en traditie.
En in TeamLab Planets, een digitaal kunstmuseum, liep ik letterlijk door licht.
Ik nam een slok van mijn smoothie.
“Long day?” klonk het naast me.
Een vrouw met ravenzwart haar, glimlach met een vleugje ondeugd.
“Exploring Tokyo,” zei ik. “But I’m not done yet.”
“Oh?”
“I’m going go-karting tonight, on the public roads.”
Haar ogen lichtten op. “Through the city?”
Ik knikte. “At full speed. Left-side driving, crossing intersections, neon in my sights.”
Ze boog iets dichterbij. “Let me guess, Dutch?”
Ik trok mijn wenkbrauwen op. “How do you know that?”
Ze tikte met haar rietje tegen mijn glas. “Max Verstappen, of course.”