Straatverkopers

In Mexico City is het hard werken voor weinig. Voor klanten wordt er letterlijk gebedeld. De straten liggen vol met kleedjes, alsof het één grote rommelmarkt is. En dat elke dag weer. Veel van de mensen wonen in buitenwijken, in woningen die met weinig comfort zijn gebouwd, vaak op een berg zand. Eén flinke regenbui en een deel van zo’n woning schuift zomaar weg.

De afstanden die ze afleggen met al hun spulletjes om aan de man te brengen, zijn niet mals. Armoede is hier een dagelijkse realiteit. Volwassen mensen die kinderspeelgoed voor slechts luttele centen proberen te slijten, het zet te denken. Wat opvalt is dat sommige buurten een soort thema lijken te hebben: in de ene straat alleen muziekinstrumenten, in een andere bruidsjurken. Geen alledaagse uitgaven en toch staan er straten vol met winkels met allemaal hetzelfde assortiment.

Dat bedelen om klanten voelt aan als iets aanstotelijks, bijna ongemakkelijk. “Massage, massage!” roepen de masseurs. Een draaiorgelspeler in traditionele kleding rinkelt met zijn bakje voor geld, ondanks dat zijn aapje al verdwenen is. Schoenenpoetsers wijzen onophoudelijk naar je schoenen. “Something to eat!” roepen de eetgelegenheden, ze proberen je naar binnen te praten door de menukaart “in je maag te splitsen” voordat je binnen bent. Deze “gastvrijheid” werkt bij mij averechts; het vervelende eraan is dat je ze steeds ziet staan, waardoor ik geneigd ben om er omheen te lopen om zo ook het afwijzen te voorkomen.

Eerder maakte ik kennis met Tim en Georgia, een leuk jong stel uit Australië. Na een rondleiding door het centrum aten we samen taco’s en besloten we de volgende dag een trip te maken naar de piramides van Teotihuacán. Een complete tour, inclusief bezoek aan de Avenue of the Dead, Piramide van de Zon en de Piramide van de Maan, met een gids die ons bijpraat over architectuur en geschiedenis. De busreis is inbegrepen en het vertrekpunt is waar we de volgende ochtend afspreken.

Het is ’s ochtends vroeg, het spettert lichtjes. Ik zie dat de eerste verkopers alweer op de loer liggen, klaar om mensen aan te spreken. Ik neem de kortste route en zie vlakbij het vertrekpunt een man staan, wapperend met iets in zijn hand. Weer zo’n verkoper.

“Hey!” roept hij. Ik schud resoluut mijn hoofd: nee, bedankt. Ik besluit naar de overkant te lopen. Het is rustig en de man heeft weinig aanspraak, dus hij probeert het nog eens vanaf de overkant: “Hey!”

Joh, denk ik, wat een volhouder. Ik schud opnieuw mijn hoofd, ben aan de vroege kant, en loop even een stukje om totdat ik Tim en Georgia tref.

We moeten inderdaad aan de overkant zijn. En direct komt diezelfde man op me af: “You must be Wouter?”

Huh? “You thought I was a street seller, didn’t you?” zegt hij lachend. “I’m Fabio — your tour guide!”

We lachen er allemaal hartelijk om, want hij had het allang door dat hij me op het verkeerde been zette. En ja, iedereen herkende het ongemak met straatverkopers.

Letters Mexico