Samba in de nachtbus

Na het adembenemende uitzicht, de stilte en het mysterie van Machu Picchu, wacht nog één uitdaging: de terugreis. Eerst twee uur in de trein. Dan twee uur met de bus.

Reizen met de bus in Peru is een avontuur op zichzelf. De chauffeurs hebben één snelheid: gáán. Inhalen? Altijd. Bochten? Waarom remmen als je er ook doorheen kunt vliegen? En af en toe — voor de balans — vol op de rem. En dat berg op, berg af.

Het is pikdonker buiten. Ik heb geen idee meer waar we zijn. De ventilatie werkt niet, de lucht is zwaar en warm. Het zweet plakt in mijn nek.

Achterin het busje zit ik tussen vier Argentijnse dames. Geen van hen spreekt Engels. Maar dat maakt het eigenlijk leuker: handen, voeten, gezichtsuitdrukkingen, alles wordt ingezet.

Ze merken dat ik niet bepaald geniet van het Peruaanse rally-rijden. Mijn maag twijfelt over haar loyaliteit.

Eén van hen, stoot mij met een glimlach even aan.
“Ag…” zegt ze met een knipoog. “You must think… just like the samba!”

En daar gaat ze. Haar schouders bewegen op het ritme van het busgeschud. Daar zit ik dan, mee te deinen op de hotsende weg.

Misselijk? Ja.
Maar ik heb het overleefd. En misschien — heel misschien — kijk ik er ook wel met plezier op terug.

In de nachtbus