De dag begon zonder plan. Metro naar Brooklyn, gewoon omdat het goed klonk. Over de brug terug, zigzaggend richting Central Park. Wandering, noemen ze dat hier. De stad liet zich voelen. In Chinatown springt een levende vis bijna uit de bak voor mijn voeten. Op een pleintje wordt er fanatiek gebasketbald. Straatartiesten trekken de aandacht, maar ik loop door. Mijn radar staat op mensen, niet op show.
Aan het eind van een dag New York stap ik mijn verblijf binnen. “Mister Alberts,” klinkt het vanaf de receptie. De receptionist hield iets omhoog. Post. Post? Voor mij? Op vakantie? Ik fronste.
De envelop is licht, maar wat erin zit voelt van betekenis: “Hi Voltaire, I hope your name is spelled correctly because I googled it. 😉 What I like most about traveling is meeting interesting and open-minded people, so today I’m grateful for the opportunity that NY gave me to be roommates with a Dutchman […]”
Het briefje is van een Mexicaanse binnenhuisarchitecte, die ook carrière maakt als destination photographer. Ze bezoekt New York om een getrouwd stel vast te leggen in de mooiste decors van de stad, zoals de statige hallen van de bibliotheek. Mooie woorden van iemand die zélf schoonheid ziet.
Twee dagen later weer post. De receptionist keek er net zo verbaasd naar als ik, want dit is ongebruikelijk – laat staan twee keer. “You check tha boxes, man,” zei hij met een brede grijns.
Deze is afkomstig van een jonge Zuid-Koreaan, voor het eerst helemaal alleen op reis. “Thank you for the warm welcome on day 1! Let me know if you come to Korea. Wish you luck on the rest of your trip!” Hij kwam schuchter binnen, maar ging weg met een verhaal dat hij zijn familie zou vertellen: hoe hij in de Big Apple was.
En ik? Wie goed doet, goed ontmoet. Ik kreeg bevestigd wat ik al wist: je reist eigenlijk nooit écht alleen. Wie geeft, krijgt terug. Soms in brieven, soms in blikken, soms in iets dat je niet kunt verklaren.
Terwijl ik die brieven later herlees, dringt het tot me door: ik trek blijkbaar aan zonder te jagen, laat los zonder kwijt te raken. Het lijkt alsof het gewoon gebeurt… maar misschien is dat juist mijn manier van doen.