Ongekend stadszicht

De skyline van New York? Die kent iedereen. Maar die van La Paz… die kwam als een donderslag bij heldere hemel.

Vanuit het vliegtuig zag ik eerst een plat, schijnbaar eindeloos stuk stad naast het vliegveld: laagbouw, blokken huizen, smalle straten. Geen iconische torens, geen spiegelende wolkenkrabbers. Gewoon een stad die zich niet opdringt. Precies daarom besloot ik: geen taxi, geen plan. Gewoon lopen. Kijken hoe ver mijn nieuwsgierigheid me brengt.

Enkele dagen later, tijdens een praatje met een professionele gids, gebeurde het: hij keek me aan, ogen groot, mond open.
“Did you walk that whole stretch? Alone?”
“Yes.”
Zijn lach was een mix van ongeloof en bewondering.

Ja, sommige buurten geven je het gevoel dat je beter je pas kunt versnellen, maar dit was misschien wel de beste stadswandeling van mijn leven. Na de eerste straten met kleine winkeltjes, of beter: mensen die hun hele leven in een kraampje naast de voordeur lijken te wonen, trok in de verte iets mijn blik. Rijen zwevende gondels, kabelbanen die kalm over de daken gleden, als skiliften in slow motion.

Ik volgde hun richting tot een hoge schutting me tegenhield. Een omweg dan maar. En toen… stond ik stil. Ademde in. En weer uit.

Voor me lag een stad die zich pas na een proefstukje prijsgeeft: het echte La Paz, vier kilometer lager, als een reusachtige kom vol leven. Huizen kropen tegen de steile wanden omhoog, daken glinsterden in de zon. Ruim anderhalf miljoen mensen, verstopt in een dal dat je alleen ziet als je het vindt.

Naast me begon een trap. Geen gewone trap, maar eentje die zich in duizend treden naar beneden wrong. Het geluid van de stad dreef omhoog: stemmen, toeterende minibusjes, ergens ver weg muziek. Ik zette mijn voet op de eerste trede.

Lopend naar beneden, maar straks… straks zweef ik terug, hoog boven de stad. Want die trappen ga ik echt niet bepakt belopen. Onderweg zie ik iets dat je alleen gelooft als je het zelf ziet: een begraafplaats zo groot als een complete buurt. Geen velden, geen grafstenen zoals in Nederland, maar rijen en rijen nissen, waar mensen bovengronds en gestapeld worden begraven. Een stad van de doden, midden in de stad van de levenden.

Met de kabelbaan zweef ik er op mijn terugreis overheen, mijn blik glijdt langs muren vol herinneringen. Even voelt het alsof ik tussen twee werelden door reis. En allebei zijn ze groter dan ik ooit had kunnen bedenken.

Cable cars