Tijdens de busrit vanuit Bandipur kwam alles tot stilstand. Een driesprong, drie richtingen, nul beweging. Brommers gierden ertussendoor, vrachtwagens toeterden zinloos tegen de bergwand. Uren later rolde ik eindelijk weer Kathmandu binnen, terug in het hotel waar mijn reis begon. Nog een paar dagen te gaan, met op mijn lijst: Nagarkot en Bhaktapur.
In de lobby zat een jonge dame, stijlvol maar zichtbaar moe. Een Lonely Planet op haar schoot, een espresso half leeg.
“Long day?” vroeg ik.
Ze keek op. Donker haar, Italiaanse klank in haar stem.
“Too long,” zei ze. “The road from the other side of that same traffic jam.”
“Toeval bestaat niet,” glimlachte ik. “Ik ben Wouter.”
“I’m Eleonora,” zei ze. “Italy.”
Toen ik mijn plannen noemde, bladerde ze nieuwsgierig. “Nagarkot… never heard of it. It says sunrise there is famous. Himalaya view?”
I knikte. “Best in Nepal,” zei ik. “If you trust my driver.”
Ze lachte. “If you trust my taste in pizza.”
Die avond hield ze woord. In een klein bakstenen restaurant waar een houtoven zong van warmte, bestelde ze margherita semplice.
“Once a month, I need pizza,” zei ze plechtig.
Ik hief mijn glas. “Then let this be the sacred one.”
De volgende ochtend stond Rajan klaar. Chauffeur, gids en trotse bezitter van een Neta EV, glimmend als een nieuwe belofte. Gopal, mijn vaste fix in Kathmandu, had weer geregeld wat hij beloofde.
De weg naar Nagarkot kronkelde omhoog. Aan de horizon gloeiden de toppen van Annapurna, Manaslu, Langtang, witte reuzen in de verte.
Rajan wees. “And that… small one behind the cloud? Everest.”
Eleonora keek, fluisterde: “It looks painted.”
Op de terugweg stopten we bij Bhaktapur, stad van klei, tempels en tijd. Op het Durbar-plein stonden olifanten van steen en houten gevels vol houtsnijwerk dat eeuwen had overleefd.
“Third one,” zei ik. “Patan, Kathmandu, and now Bhaktapur. Trifecta complete.”
Ze keek om zich heen, langzaam. “It feels alive… like people still listen to the gods here.”
Ik knikte. “Misschien luisteren de goden hier ook terug.”
In Pottery Square draaide ik een kopje van klei, mijn vingers glibberig. Naast me zat Eleonora met een oude vrouw touw te twisten. De vrouw lachte breed en vroeg toen achteloos honderd roepies.
“Best businesswoman in Nepal,” zei ik lachend.
We sloten af met een bezoek aan een kleine papierfabriek, waar schors van de lokta-struik tot vellen werd gemaakt. Aan het einde van de dag stopte Rajan voor het hotel.
“Good day?” vroeg hij.
“Perfect,” zei ik. “Smooth roads, smooth driver.”
We gaven hem een fooi en hij glimlachte als iemand die wist dat waardering altijd meer weegt dan geld.