Legende van het Zwarte Ei

De trein glijdt geruisloos door het Japanse landschap. Een lint van staal dat bergen doorsnijdt, meren kust en dorpen in fluisterende snelheid passeert. Buiten lijken rijstvelden te ademen onder een dunne nevel. Binnen is het stil, bijna ceremonieel. Japanners staan keurig in de rij, er wordt niet geduwd, niet gezucht. De conducteur buigt aan het eind van elke wagon. Alles klopt.

Het was ergens tussen Osaka en Hiroshima. Een jong stel uit Zwitserland zat tegenover me, geanimeerd in gesprek. Hun woorden trokken mijn aandacht: het zwarte ei.

Ik glimlach, nieuwsgierig. “Zwarte eieren? Zouden ze van een dino zijn? Bestaan die echt?”
Het meisje knikt geheimzinnig. “You have to go to Hakone. In the mountains. Find the valley of steam, that’s where you’ll find them.” Hun blik bleef hangen, alsof ze me iets toevertrouwden wat niet voor iedereen bestemd was. Ik voelde het tintelen: het begin van een zoektocht.

Hakone. Alleen de naam al klonk als een belofte. De reis erheen was een puzzel van sporen, kabelbanen en zelfs piratenschepen. Treinen kronkelden als slangen door de bergen, over houten bruggen, langs diepe dalen waar mist bleef hangen als onuitgesproken gedachten.

In Gora, bij het eerste ochtendlicht, ontmoette ik haar. Ze stond bij het station, rugzak klein, ogen groot, de kaart half opengevouwen in haar handen.

“Also going to Owakudani?” vroeg ze.
Ik knikte. “Looking for the black egg.”
Haar gezicht lichtte op. “Me too! Then let’s join forces. Two seekers, one mystery.”
Ze stak haar hand uit. “Joane,” zei ze met een glimlach. “From Bristol, Engeland.”
“Wouter,” zei ik.
Ze lachte. “You sound like someone who gets lost to find things.”

De kabelbaan wiegde ons langzaam de hoogte in. Onder ons veranderde het landschap van donkergroen bos naar een vallei vol witte damp. De lucht rook naar zwavel.

Boven, bij Owakudani, leek de aarde zelf te ademen. De grond was warm, de wind scherp en overal sisten stoompluimen uit de rotsen. In de verte torende Mount Fuji, de hoogste (vulkanische) berg van Japan. Stil, trots, tijdloos.

Een vrouw in kimono stond bij een klein kraampje. Ze glimlachte toen ze ons zag.
“Kuro-tamago,” zei ze zacht en wees naar een mand vol zwarte eieren.

Joane boog zich nieuwsgierig voorover. “Are they… really black?”
De vrouw knikte. “Cooked in the hot springs.”
Ze legde ons uit dat door de chemische reactie tussen zwavel en ijzer in het water de schaal diepzwart kleurt. Binnenin blijft het ei puur. Volgens de lokale legende schenkt het eten van één Kuro-tamago zeven extra jaren leven.

We lachten. “Then we both need two,” zei Joane. De vrouw knikte goedkeurend, alsof ze het al wist.

We tikten de eieren tegen elkaar. Tok. De damp steeg op in kringen.

Joane keek naar me. “Could it be,” zei ze, “that some encounters can also extend life?”

Ik fluisterde haar toe: “Maybe everything that seems black in life is actually white on the inside.”

Legende van het Zwarte Ei